02 april 2026

Terugblik op Kannerlezing: psychotherapie bij mensen met autisme

We kijken terug op een geslaagde editie van onze Kannerlezing. Op 12 maart spraken dr. Richard Vuijk (Sarr, Youz) en GZ-psycholoog Maarten Huner (Brijder Verslavingszorg) voor ruim 200 mensen over psychotherapie bij mensen met autisme. We delen graag de belangrijkste inzichten uit deze lezing.

Dr. Richard Vuijk, klinisch psycholoog-psychotherapeut Sarr Autisme Rotterdam (Youz – Parnassia groep)

Richard Vuijk nam het publiek mee door een bloemlezing van recente, wetenschappelijke onderzoeken op gebied van persoonlijkheid(spathologie) en autisme. 

Uit onderzoek blijkt een verband tussen autisme en klachten als depressie en angst. In hoeverre deze klachten tot uiting komen en op de voorgrond treden, blijkt volgens onderzoek af te hangen van persoonlijkheidskenmerken als bijvoorbeeld een hoge mate van neuroticisme (die een hogere emotionele instabiliteit typeert) en een lage mate van extraversie. “Dit is een indicatie dat er behoefte is aan de behandeling van psychopathologie”, aldus Richard. “Als we kijken welke vorm van behandeling voor hardnekkige persoonlijkheidskenmerken dan geschikt is, zien we vooral een behandeling gericht op mentaliseren (MBT), dialectische gedragstherapie (DGT) en schematherapie naar voren komen.”

Relatie autisme en disfunctionele schema’s

Schematherapie richt zich op basisbehoeften waar in de vroege kindertijd bij sommige mensen niet voldoende aan lijkt te zijn voldaan. “Een schema is hoe je naar jezelf of naar de wereld kijkt op basis van herinneringen, overtuigingen of lichamelijke sensaties”, legt Richard uit. “In de schematherapie hebben we daar woorden voor als ‘emotionele verwaarlozing’ of ‘overmatig kritisch’. We zien in onderzoek ook dat autisme een hogere kans geeft op dit soort disfunctionele schema’s. Daar kunnen we met schematherapie  gericht op behandelen.”

De resultaten van schematherapie lijken veelbelovend. Uit onderzoek is inmiddels gebleken dat disfunctionele schema’s verminderd aanwezig zijn, gezonde patronen toenemen ende kwaliteit van leven verbetert. 

Tips voor de behandelaar

Hoe geef je de schematherapie dan vorm bij mensen met autisme? Richard: “Leg precies uit wat je gaat doen, in deze én de volgende sessie. Bied daarin altijd ruimte voor de specifieke interesse van een cliënt. Zo nam een cliënt bij mij altijd zijn tijdschrift over treinen mee. Hij wilde dan graag vertellen over een type onderstel. Dit werd een vast onderdeel in onze sessies.”

Tot slot benadrukt hij dat het belangrijk is om de taal van mensen met autisme te verstaan. Een terechte vraag uit het publiek: “De poel van mensen die én die taal verstaan én schematherapie bieden, is wel klein. Heb je daar nog tips voor?”

Richard erkent dat er volgens onderzoek sprake is van huiver en drempelvrees bij behandelaren om sowieso therapie bij mensen met autisme aan te bieden. “Bijvoorbeeld vanwege het vermoedelijk rigide denken of omdat de behandelaar het lastig vindt een passend tempo te hanteren. Tegen hen zeg ik: ga de behandeling aan, waarbij je uiteraard rekening houd met waar de cliënt met autisme behoefte aan heeft. Kijk samen welke manier van communiceren het beste aansluit.”

Maarten Huner, GZ-psycholoog Brijder Verslavingskliniek

Dat advies (‘Ga de behandeling aan’) neemt Maarten al ter harte in zijn dagelijkse praktijk. “Ik verstond de taal van mensen met autisme ook niet vloeiend, maar ik ben me daar in gaan verdiepen”, zegt hij. In de lezing vertelt hij over zijn persoonlijke ervaringen als behandelaar: waar let je op in psychotherapie bij mensen met autisme?

Hij ziet dat mensen met autisme vaker moeite hebben met gezonde regulatie van angst en spanning. Maarten: “Het is voor hen soms lastig om spanning überhaupt waar te nemen. Ze gaan maar door en maken geen contact met het lijf.” 

Symptomen van spanning

In zijn praktijk kijkt Maarten daarom vaak eerst naar het omlaag brengen van de spanning. Dit begint al met bewustwording. “Als iemand spanning kan observeren, krijgt hij hier grip op. Ik heb mezelf daar ook in moeten trainen, omdat angst, zeker bij autisme, lastig te zien is. Van buiten kan iemand heel kalm lijken, terwijl van binnen de angst door het lijf giert. Dus ik kijk naar symptomen als zweethanden, tinnitus, droge mond of misselijkheid. Soms staan we daar gerust een half uur bij stil. Wat gebeurt er eigenlijk in je lijf? Vaak moet je als behandelaar actief naar die symptomen vragen.”

Tips voor de behandelaar

Dat doorvragen, is een belangrijke tip die Maarten wil meegeven. “Het is wel eens gebeurd dat een cliënt met spanning de sessie binnenloopt. Als we die spanning vervolgens omlaag hebben gebracht, vraag ik: ‘Wat gebeurde er eigenlijk dat je gespannen raakte?’ Dan krijg ik bijvoorbeeld als antwoord: ‘Ik ben boos op jou, omdat je vorige keer te laat was.’ Daar praat ik iemand dan doorheen. ‘Kan het zijn dat je spanning krijgt, als je boos bent van binnen?’ Met zo’n inzicht kan iemand aan de slag. Vergeet vooral ook niet dat elke cliënt uniek is en meer is dan zijn of haar diagnose.”

Over de Kannerlezingen
Youz Leo Kannerhuis verzorgt refereerbijeenkomsten in een cyclus van vier bijeenkomsten per jaar. Voor deze Kannercyclus nodigen wij gepromoveerde sprekers uit om over hun promotieonderzoek een referaat te houden. In de referaten leggen we een link tussen het (wetenschappelijk) onderzoek en de praktijk.  Wil je volgende keer ook bij een lezing aanwezig zijn? Houd onze website en LinkedIn in de gaten voor de aankondiging van de volgende lezing.