
Opgroeien als KOPP/KOV-kind zorgen voor je ouders én voor jezelf
Als kind voelde Dara Tukker (43) zich al vroeg verantwoordelijk om alles thuis draaiende te houden. Terwijl andere kinderen uit school werden opgewacht met thee en koekjes, zorgde Dara ervoor dat haar vader uit bed kwam en dat er eten in huis was. Haar ouders worstelden met alcoholverslaving: liefde en geborgenheid waren schaars. In dit interview vertelt Dara, nu manager bedrijfsvoering bij Youz Den Haag en zelf moeder, wat het betekent om op te groeien als KOPP/KOV-kind en welke lessen ze haalt uit haar verleden.
Dara is de jongste uit een gezin van vier kinderen. Het geld dat binnenkwam, ging niet vaak naar eten of kleding. “Het was voor de drank en mijn vaders minnares”, vertelt ze. “Toen ik negen was, gingen mijn ouders uit elkaar. Mijn moeder vertrok en liet ons achter. Mijn vader raakte zijn baan kwijt en ging nog harder zuipen. Ik stond er alleen voor. Mijn oudere zussen gingen snel het huis uit en mijn broer vluchtte in gamen. Daardoor nam ik al snel de ouderrol op me.”
Pas toen ze bij anderen over de vloer kwam, merkte Dara hoe groot het contrast was. En dat een thuis ook warm en rustig kon voelen.
‘Dit kende ik niet. Dit was liefdevol’
Dara weet nog goed wanneer ze zich realiseerde dat het er bij haar thuis anders aan toe ging dan bij leeftijdsgenoten. “Ik kwam thuis bij mijn beste vriendinnetje, dat ik kende via ballet. Haar ouders praatten gewoon met elkaar. Ze gaven elkaar een knuffel of een kus. Dat was een hele gewaarwording.”
Later zag ze dat contrast met haar eigen thuissituatie opnieuw, toen ze op haar zestiende thuiskwam bij haar vriendje en huidige man. “Hij komt uit een warm, traditioneel gezin. Zijn moeder wachtte thuis op hem met koekjes en vroeg zelfs wat ik wilde drinken. Ik zag hoe zijn ouders met elkaar giechelden en hoe zijn vader zijn moeder een speelse pets op de bil gaf. Geen slaan, maar een pets. Dat kende ik niet. Thuis werden wij echt geslagen. Maar dit was liefdevol.”
Grenzen stellen en herstellen
Op haar negentiende ging Dara het huis uit. Toch bleef ze het ‘verbindende kind’: degene die graag iedereen samen wil brengen. In de relatie met haar moeder wist ze wel grenzen te stellen. “Ik wist op jonge leeftijd al dat de relatie heel eenzijdig was. Daarom gaf ik bij haar aan: ‘Dit is wat ik je te bieden heb. Meer niet. En met die voorwaarden moet je het doen.’”
Haar man speelde daarin een belangrijke rol. “Hij stimuleerde mij altijd om voor mezelf op te komen. Inmiddels grapt hij wel eens dat hij me dat té goed heeft geleerd: ik spreek nu alles uit.”
Die grenzen betekenen niet dat Dara haar moeder definitief heeft afgeschreven. Inmiddels is die relatie herstellende. Haar moeder is afgekickt en heeft in therapie ingezien dat ze niet de ouderfiguur is geweest die ze had willen zijn voor Dara. “Toen ik dat merkte, heb ik haar meer toegelaten in mijn leven. Ondanks onze moeizame relatie zal ik altijd voor haar blijven zorgen. Ook al heeft ze ons destijds in de steek gelaten, het blijft toch mijn moeder.” Met haar vader kan ze de band niet meer repareren: hij is inmiddels overleden.
Compensatie vanuit de eigen jeugd
Samen hebben Dara en haar man een liefdevol gezin. Net zoals ze dat vroeger (en nog steeds) bij haar schoonouders zag. Soms merkt ze hoe haar verleden doorwerkt in het nu. “Na de geboorte van onze eerste zoon, wilde ik hem, zodra mijn man thuiskwam, meteen in zijn armen duwen. Hij moest met de baby hechten en knuffelen.”
Haar man hield haar een spiegel voor en liet Dara inzien dat ze iets probeerde te compenseren uit haar jeugd. “Mijn vader was er nooit voor ons, tot hij ontslagen werd en alleen dronken op bed lag. Ik had ergens toch de angst dat mijn man ook de afwezige vader zou zijn. En dat was natuurlijk nergens voor nodig.”
Een wijze les
Opvallend is dat Dara, ondanks alles, er altijd een positieve levenshouding op nahoudt. “Wat iemand niet kan, kun je diegene ook niet kwalijk nemen. Mijn vader kon niet anders dan liefde geven op zijn manier. Als hij dronken was, zei hij wel weleens: ‘Ik hou van je’, maar anders nooit. Je kunt daar boos of verdrietig over zijn, maar ik kon ook waarderen wat hij wel kon bieden.”
De mildheid betekent niet dat Dara alles accepteert. Sterker nog: ze gelooft in zelf keuzes maken en de regie nemen over je eigen leven. “Ik heb keihard gewerkt om te zijn waar ik nu ben. Ik wil anderen meegeven dat je ook verantwoordelijkheid kunt nemen voor je eigen keuzes en het leven dat je leidt. Deze les probeer ik ook als manager in mijn werk mee te geven.”
Anderen helpen zich te ontwikkelen
Door haar verleden wil Dara er voor anderen zijn. “Ik heb mensen in mijn leven mogen ontmoeten, die me door het leven heen gevormd hebben. Die ervoor zorgden dat ik me kon ontwikkelen, zoals ik me ontwikkeld heb. Mijn man is daar een voorbeeld van, maar ook de vrienden, vriendinnen en de gezinnen waar ik vroeger mocht langskomen. Nu mag ik zo’n rol vervullen voor anderen in deze functie. Dat vind ik zo bijzonder.”